Het begon met de wens om tovenaar te worden…..

Een tovenaar was voor mij iemand zoals Merlijn: diep weggedoken in boeken, ronddwalend op stoffige zolders, met tassen vol mysterie en magie.
Volgens mij ben ik redelijk in de buurt gekomen.
Als freelance filosoof beland ik op de meest onverwachte, geweldige plekken. De stoffige zolder heb ik thuis, maar het zijn de oude archieven, de ateliers van kunstenaars en de oude telescopen die ik bezoek die het beeld compleet maken. In mijn tas vol magie zitten een laptop, schrijfspullen en een camera waarmee ik naar telescopen reis.
Nadenken over het nadenken verschilt niet zo veel van het bedenken van spreuken,- al probeer ik ze zo helder mogelijk te formuleren.
De vraag die centraal staat in mijn werk is: wat is verbeelding? Om die vraag te beantwoorden beweeg ik mij op het snijvlak van wetenschap en ruimtefilosofie en onderzoek ik wat het betekent om het universum te verbeelden, en wat dat verbeelden met ons doet.
Ik schrijf en geef lezingen over de filosofie van ruimteverkenning, de ethiek van technologie en wetenschap(pelijke ideeën.)
Mijn academische achtergrond ligt in de wetenschapsfilosofie – mijn focus op filosofie van de ruimte(vaart).
Mijn masteronderzoek richtte zich op Johannes Keplers Somnium (1634), een van de vroegste werken van sciencefiction, waarin een droomreis naar de maan een voertuig wordt voor astronomisch argument.
Die vroege fascinatie voor de verwevenheid van verbeelding en wetenschap heeft alles wat daarna kwam gevormd.
De ruimte is altijd een scherm geweest voor onze utopieën en dystopieën, een plek waarop we onze hoop en angsten projecteren, evenzeer als we haar verkennen. Die spanning staat centraal in mijn werk: Film, filosofie en de toekomst zijn terugkerende onderwerpen, als verschillende invalshoeken op dezelfde vraag: Hoe verbeelden we wat nog niet bestaat, en waarom doet dat ertoe?
Naast mijn freelance werk ben ik promovendus aan het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht, onder begeleiding van Guido Bacciagaluppi (Utrecht), Mike Stuart (York) en Jai Grover (ESA Advanced Concepts Team). Mijn onderzoek richt zich op de epistemische waarde van verbeelding in de ruimtewetenschap en -verkenning.

Mijn promotieonderzoek draait om een vraag die eenvoudig klinkt maar dat niet is: wat doet verbeelding eigenlijk in de ruimtewetenschap?
Missieplanning vereist het verbeelden van scenario’s die nog niet hebben plaatsgevonden. Wanneer een rover landt op Mars met onvolledige gegevens over het terrein, vult verbeelding de kloof tussen wat bekend is en wat beslist moet worden.
Wanneer een team zich afvraagt of we een exoskelet zouden kunnen kweken om het menselijk lichaam te ondersteunen tijdens langdurige ruimtevlucht, of probeert zich een beeld te vormen van een exoplaneet die nog nooit direct is waargenomen, dan is verbeelding aan het werk, niet als speculatie, maar als een legitiem epistemisch instrument.
Mijn onderzoek vraagt hoe ruimtewetenschappers zelf de rol van verbeelding in hun praktijk begrijpen, en welke waarde die heeft voor de toekomst van ruimteverkenning.
Achter dit alles schuilt een bredere vraag: Welke rol speelt de verbeelding wanneer het gaat over ethische en politieke kwesties? De vragen van hoe en waarom we de ruimte verkennen zijn onlosmakelijk verbonden met het vermogen om te verbeelden wat die verkenning zou kunnen betekenen voor ons, en de aarde.